onlangs

listen to the pronunciation of onlangs
Dutch - English
the other day

She bought a new house the other day. - Ze heeft onlangs een nieuw huis gekocht.

This is the man of whom I spoke the other day. - Dat is de man over wie ik onlangs sprak.

newly
recently

Have you talked to her recently? - Heb je met haar onlangs gesproken?

The minister, whom I spoke to recently, agrees with me. - De minister met wie ik onlangs heb gesproken, is het met mij eens.