gaan

listen to the pronunciation of gaan
Dutch - Turkish
yazan
yazak
git

Bir şeyler yemeye gitmek ister misin? Hesap benden. - Wil je wat gaan eten? Ik trakteer.

Ödevimi bitirdim ve uyumak istiyorum ama şimdi tekrar okula gitme zamanı. - Ik heb mijn lessen af en ik wil slapen, maar het is alweer tijd om naar school te gaan...

gidelim
dava etmek
olup bitmek
gidiyorum
doğru git
geçin
gidiyor
gidiş
gitmek
işe almak
gidişme
gideceğim

Tatile gideceğimiz gün, hastalandı. - Op de dag dat we op vakantie zouden gaan, werd hij ziek.

gidip
gidişmek
gidecek
gidiyoruz

Ayakkabılarınızı giyer misiniz, gidiyoruz! - Willen jullie je schoenen aandoen, we gaan!

Nereden geliyoruz? Nereye gidiyoruz? - Waar komen we vandaan? Waar gaan we heen?

Dutch - English
going

We're going dancing tonight. - Vanavond gaan we dansen.

Did you enjoy going to exhibits in Romania? - Vond je het leuk om naar exposities te gaan in Roemenië?

proceed
going to

What do you think she is going to do? - Wat denk je, wat zou ze gaan doen?

I'm afraid it's going to rain. - Ik vrees dat het zal gaan regenen.

of going
go
engage