Onunla ne demek istiyorsun?
- Wat wil je daarmee zeggen?
Sanırım ne demek istediğini biliyorum.
- Ik denk dat ik weet wat je wil zeggen.
Söylemek istediğin başka bir şey varsa, sadece söyle.
- Als je iets anders wilt zeggen, zeg het gewoon.
Gerçeği söylemek, yalan söylemekten çok daha kolaydır.
- De waarheid zeggen is veel gemakkelijker dan liegen.
Onunla ne demek istiyorsun?
- Wat wil je daarmee zeggen?
Sanırım ne demek istediğini biliyorum.
- Ik denk dat ik weet wat je wil zeggen.
I hate to interrupt you, but I need to say something.
- Het spijt met dat ik je moet onderbreken, maar ik moet iets zeggen.
Tom started to say something, but Mary interrupted him.
- Tom begon iets te zeggen, maar Mary onderbrak hem.
How dare you say that!
- Hoe durf je dat te zeggen.
'Aha', they will say.
- Aha! zullen ze zeggen.