kinderen

listen to the pronunciation of kinderen
Dutch - Turkish
çocuklarım
küçük çocuk
çocuklu
çocukları
çocuklar

Bu gece çocuklarına bakacağım. - Ik zal op je kinderen passen vanavond.

Yaşlı çiftin hiç çocukları yoktu. - Het oude koppel had geen kinderen.

Dutch - English
kids

I put some cookies on the table and the kids ate them right up. - Ik zette wat koekjes op tafel en de kinderen aten ze meteen op.

Do you have any kids? - Hebben jullie kinderen?

children's
children

In this country the average number of children per family fell from 2 to 1.5. - In dit land is het gemiddeld aantal kinderen per gezin gedaald van 2 naar 1,5.

Parents love their children. - Ouders houden van hun kinderen.

childrens
chıldren

Bring your children along. - Neem uw kinderen mee.

In this country the average number of children per family fell from 2 to 1.5. - In dit land is het gemiddeld aantal kinderen per gezin gedaald van 2 naar 1,5.