koken

listen to the pronunciation of koken
Niederländisch - Türkisch
kaynat
ocaklık
kaynatmak
çıban
pişir
yemek pişirme
radde
galeyana gelmek
Niederländisch - Englisch
cook

Have you learned cooking or anything? - Heb jij leren koken of zo?

I'm used to cooking for myself. - Ik ben gewoon om voor mezelf te koken.

boil

The tea is boiling hot. - De thee is kokend heet.

You may need to boil water. - Je moet misschien water laten koken.

cooking

My mother is busy cooking supper. - Mijn moeder is bezig het avondeten te koken.

What are you cooking? - Wat zijn jullie aan het koken?

Englisch - Englisch
A black-clad person who enters the stage to rearrange the set, unremarked by the actors
knave
koken
Favoriten