alleen

listen to the pronunciation of alleen
Нидерландский Язык - Турецкий язык
keşke
tek başına

Tek başına seyahat etmek istiyor. - Hij reist graag alleen.

Onu tek başına yapsın. - Laat hem het alleen doen.

yalnız başına
tek başıma
yalnız

Seninle biraz yalnız konuşabilir miyim? - Kan ik even alleen met je spreken?

Onu yalnız bırakamam. - Ik kan hem niet alleen laten.

keşkeler
yaln
baş başa
biricik
sadece

Bu saçma. Sadece bir ahmak buna inanabilir. - Dat is absurd. Alleen een dommerik kan dat geloven.

Ben sadece söylüyorum! - Ik zeg het alleen maar!

bir başına
Немецкий Язык - Английский Язык
malls
promenades
proms
alleys
avenues
Нидерландский Язык - Немецкий Язык
alleingang
einzig
lediglich

Du musst lediglich das Zimmer aufräumen. - Je hoeft alleen maar je kamer schoon te maken.

allein

Er hat für sich selbst beschlossen, dass er allein dort hingehen wird. - Hij heeft voor zichzelf beslist dat hij daar alleen zou gaan.

Allein gehe ich nicht ins Kino, weil ich nach dem Film gern mit jemand darüber spreche. - Alleen ga ik niet naar de cinema, want na de film wens ik die graag te bespreken met iemand.

bloss
alleine
nur noch