The garden is at its best in spring.
- Deze tuin is op zijn mooist in het voorjaar.
Twice a week, the gardener would come to mow the lawn, so I could never lie down in the tall grass.
- Twee keer in de week kwam de tuinman om het gras te maaien, daarom kon ik nooit in het lange gras liggen.
garden shed (= a shed in a garden).