Leaving the train station, I saw a man. - Toen ik het treinstation verliet, zag ik een man.
Leaving the train station, I saw a man.
Toen ik het treinstation verliet, zag ik een man.
I know a man who can speak Russian well. - Ik ken een man die goed Russisch spreekt.
I know a man who can speak Russian well.
Ik ken een man die goed Russisch spreekt.