O üst kata yatak odasına gitti.
- Ze ging de trap op naar haar slaapkamer.
O, yatak odasını erkek kardeşiyle paylaşmalıydı.
- Hij moest zijn slaapkamer met zijn broer delen.
There are three bedrooms, a kitchen, a dining room, a living room, and a bathroom.
- Er zijn 3 slaapkamers, een keuken, een eetkamer, een salon en een badkamer.
I heard a noise in the bedroom.
- Ik hoorde een geluid in de slaapkamer.